Heideontginning

Moderne tijden 
Vanaf 1850 kwam geleidelijk de toepassing van kunstmest op gang. De Heidemaatschappij bracht vanaf de oprichting in 1888 in het omringende gebied veel van de ‘woeste gronden’ in cultuur door de schrale bodem te mengen met stadsafval. Het gebruik van kunstmest maakte er vervolgens landbouw mogelijk.   
Aan het begin van de 20e eeuw was de Sallandse Heuvelrug nog vrijwel uitsluitend met heide bedekt, maar dat duurde niet lang. Sommige delen van de heide werden zó intensief begraasd dat de vegetatie verdween en wind en zand vrij spel kregen. In 1899 werd daarom het Staatsbosbeheer opgericht met als een van haar taken het stuifzand en delen van de heide te bebossen.   

Bosbouw en recreatie
De bestemming van veel bomen die op de heuvelrug zijn aangeplant, lag in de kolenmijnen. Ze werden gebruikt voor het maken van de stutten in mijngangen. Daarvoor werd vooral grove den geplant. Deze vormt, dicht opeen geplant op boomakkers, hoge rechte stammen. Een alleenstaande grove den of vliegden doet bijna het tegenovergestelde. Met een lage stam en een brede kroon lijkt hij zich in allerlei bochten te wringen om weer en wind te trotseren. 

Aangenaam verpozen 
Op de Sallandse Heuvelrug was de rijkdom van de natuur al begin deze eeuw ontdekt, een periode van verpozing in een luxe omgeving. Met de ontwikkeling van de massarecreatie is in de afgelopen tientallen jaren de recreatiedruk in het gebied sterk toegenomen. Daarbij is voor bos en hei een sterker accent komen te liggen op de waarden voor recreatie en educatie, naast natuurbehoud, natuurontwikkeling en houtproductie.