Heidevorming

Vroege bewoners
Na de laatste ijstijd kreeg Nederland weer een gematigd klimaat waarin zich bos kon ontwikkelen. Voor de prehistorische mens was de Sallandse Heuvelrug een aantrekkelijk gebied. De oudste bewoningssporen van zo'n vijfduizend jaar geleden, bestaan uit grafheuvels en werktuigen van vuursteen.  

Landbouw en begrazing
Na een periode waarin de mens het gebied bezocht als jager en verzamelaar, ging hij zich ontwikkelen tot akkerbouwer. Stukjes loofbos werden gekapt of platgebrand, waarna de open plaatsen enkele jaren voor de landbouw werden gebruikt. Was de bodem eenmaal uitgeput, dan werd weer een nieuw stuk bos ontgonnen. Op de uitgeputte en voedselarme gronden die achterbleven kon zich heide ontwikkelen.

Potstal
Sinds de Middeleeuwen weet men dat mest de bodem vruchtbaar maakt. Schapen en geiten die overdag op de heide graasden, brachten de nacht door in een potstal waar ze de mest achterlieten. Eens per jaar reed men een mengsel van heideplaggen en opgepotte mest uit over de gemeenschappelijke bouwlanden of enken. De begrazing door schapen en geiten maakte spontane bosontwikkeling onmogelijk: Alle boomopslag werd direct opgegeten. Het was mede deze landbouwmethode die een vergaande ontbossing van Nederland veroorzaakte.