Vennen

Met name aan de westkant van het gebied bevinden zich een aantal vennen die in het recente verleden door Natuurmonumenten zijn hersteld. Zoals de Fazantenweide, een gebiedje dat ook voor publiek te zien is vanaf de wandelpaden. Andere vennen zijn vanwege hun kwetsbaarheid niet toegankelijk.

 
Fazantenweide
In 1996 heeft Natuurmonumenten een perceel grasland van 3 ha, de Fazantenwei, ingericht als leefgebied voor amfibieën als heikikker en kamsalamander.
 
Van het grasland is een flinke laag afgegraven, waardoor een veel natter terrein is ontstaan. Doordat er nu het hele jaar water staat,
profiteren ook vogels en zoogdieren als das en ree ervan. De rode lijstsoorten kamsalamander en heikikker komen in deze afgraving veel voor.
 
Daarnaast ook meer algemene soorten als padden, groene kikker en kleine watersalamander. Meerkoet, dodaars en blauwe reiger zijn hier ook vaak aanwezig.
 
moeraswolfsklauwDiverse soorten pionierplanten als zonnedauw en moeraswolfsklauw zijn hier weer gevonden. De Schotse hooglanders zoeken in de zomer vaak verkoeling in het water. De plas is voldoende diep om altijd water te houden, ondanks het feit dat het waterpeil de afgelopen eeuw hier wel bijna een meter is gezakt. De plas is goed vanaf de wandelpaden te zien als uw het gebied ingaat vanaf de Bathemerweg tegenover de camping "Heidebloem".
 
Daarnaast komen er nog enkele vennetjes op de Sprengenberg voor zoals de Eendenplas en de kleine plas. Dit zijn zure wateren, vooral van belang voor diverse soorten libellen en de heidekikker. Voor andere amfibieensoorten zijn deze vennen te zuur. Ze liggen buiten de paden en zijn niet te bezichtigen.
 
Ook bevindt zich nog een hellinghoogveentje in het gebied. Vanwege de kwetsbaarheid is dit gebied niet toegankelijk